Zoek
Sluit dit zoekvak.

Kennispublicatie: Dakbranden bij woongebouwen

De dakbranden in Amsterdam, Apeldoorn en Arnhem (juni 2023) hebben geleid tot vragen en discussie op gebied van brandveiligheid van daken van met name woongebouwen. 

Waar moet een dak aan voldoen? Op welke wijze is dit wettelijk vastgelegd? Wie is verantwoordelijk de brandveiligheid van het dak? Wat is de relatie tussen dakbranden en zonnepanelen?  In deze kennispublicatie geven wij u inzicht in de bovenstaande vragen.  

Bij de branden in Amsterdam, Apeldoorn en Arnhem heeft de brandweer het vermoeden dat deze zijn ontstaan in een van de woningen en de branden zicht hebben kunnen uitbreiden naar de daken (onderzoeken naar deze branden zijn nog niet afgerond, bovenstaande is gebaseerd op uitspraken van woordvoerders van de brandweer in de media). 

Wet- en regelgeving 

De brandveiligheid binnen bouwwerken waaronder woongebouwen is grotendeels verankerd in de Woningwet en het, vanuit deze wet aangestuurde uitvoeringsbesluit: het Bouwbesluit 2012. In dit Bouwbesluit is beschreven op welke wijze de brandveiligheid bouwkundig, installatietechnisch en (deels) organisatorisch moet zijn ingericht.  

De Woningwet stelt hierbij dat de eigenaar primair verantwoordelijk is, echter heeft de gebruiker ook verantwoordelijkheden. Tezamen moet de benodigde brandveiligheid zijn gerealiseerd en worden geborgd. 

Dakoppervlak 

De bovenzijde van een dak van een bouwwerk mag niet brandgevaarlijk zijn, bepaald volgens NEN 6063. Dit geldt niet voor een bouwwerk waarin geen voor personen bestemde vloer ligt hoger dan 5 meter boven het meetniveau, en de brandgevaarlijke delen van het dak ten minste 15 meter vanaf de perceelsgrens liggen (BB 2012 nieuwbouw artikel 2.71).  

Dit artikel is bedoeld om te voorkomen dat een dak van een bouwwerk door vliegvuur uit de omgeving in brand vliegt (vliegvuur of vonkenregen). Verder worden er geen eisen gesteld aan de brandklasse van het dakoppervlak, zoals deze wel gesteld worden aan bijvoorbeeld (verticale) geveldelen. 

Wet- en regelgeving aangaande de brandveiligheid van dakoppervlakken is nauwelijks opgenomen in de huidige wetten en uitvoeringsbesluiten vanuit de regering. Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) is vanuit het bouwbesluit altijd gericht op branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brandcompartiment, naar een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert, naar een niet besloten veiligheidsvluchtroute (niveau nieuwbouw) en naar een liftschacht van een brandweerlift (niveau nieuwbouw).  

Over het algemeen kan gesteld worden dat het dakoppervlak een niet besloten ruimte is en geen onderdeel is van een veiligheidsvluchtroute, en er derhalve geen eisen worden gesteld aan de WBDBO van een brandcompartiment naar het dakoppervlak. Het dakoppervlak mag dus uitgevoerd zijn met brandbare materialen mits deze niet brandgevaarlijk zijn bepaald volgens NEN 6063. 

Wel moet voorkomen worden dat bij een brand in een brandcompartiment sprake is van branddoorslag of brandoverslag naar een ander brandcompartiment, naar een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert, naar een niet besloten veiligheidsvluchtroute (niveau nieuwbouw) en naar een liftschacht van een brandweerlift (niveau nieuwbouw). Hierbij vormt de aanwezigheid van een brandbaar dakoppervlak een groot risico. Een brand in een brandcompartiment kan door dak openingen (dakramen en dakdoorvoeren) overslaan naar het dakoppervlak en van het dakoppervlak overslaan of doorslaan naar een ander brandcompartiment.  

Om deze reden is het belangrijk te weten of het dakoppervlak en eventueel onderliggende isolatie wel of niet brandbaar is en of er eventueel sprake is van brandoverslag en/of branddoorslag trajecten van het dakoppervlak naar een aangrenzend brandcompartiment.  

Voorkomen van branddoorslag en brandoverslag 

De makkelijkste oplossing om branddoorslag en brandoverslag via het dakoppervlak te voorkomen is door dit oppervlak en onderliggende isolatie brandwerend uit te voeren. Echter is dit vaak niet haalbaar of financieel niet interessant. Ook is het volledig brandwerend uitvoeren vaak niet noodzakelijk zolang branddoorslag of brandoverslag voorkomen wordt. Dit kan bijvoorbeeld door het onderbreken van de dakisolatie ter plaatse van de aansluiting van de brandwerende scheiding met de dakconstructie en het aanbrengen van zogeheten vlamschermen.  

Zonnepanelen en dakbranden 

Bij dakbranden waar zonnepanelen op het dak aanwezig zijn, wordt de oorzaak van de brand vaak ten onrechte toegekend aan de zonnepanelen. Echter blijkt de brand vaak een andere oorzaak te hebben dan de zonnepanelen.  

Wat er wel eens gesuggereerd wordt, is dat de warmteontwikkeling onder de panelen brand kan veroorzaken. Zonnepanelen kunnen ontzettend warm worden, tot wel 70 graden Celsius. Dit is warm, maar is nog lang niet warm genoeg om een brand te kunnen veroorzaken of de dakbedekking te doen ontbranden. Temperaturen van 70 graden Celsius zijn bij lange na niet voldoende om brand te kunnen veroorzaken. 

In een groot aantal gevallen wordt de brand veroorzaakt door slechte verbindingen van de stekkers waarmee de zonnepanelen met elkaar zijn verbonden. Veel zonnestroominstallaties voldoen niet aan de basisvoorwaarden. Vaak worden de elektrotechnische normen en regelgeving niet nageleefd door installateurs wanneer ze de panelen aan het plaatsen zijn. Wanneer een zonnepaneelinstallatie niet goed wordt geïnstalleerd, wordt het risico op brand een stuk groter. 

Andere belangrijke oorzaken van brand door zonnepanelen zijn: 

  • Defecte cellen in de panelen raken oververhit; 
  • Vlamboog als gevolg van slecht op elkaar aansluitende kabels en stekkers; 
  • Oververhitte omvormers; 
  • Ontbreken van ventilatie achter de panelen, waardoor de dakisolatie kan ontbranden (vooral bij indaksystemen een groot gevaar). 

Twijfelt u aan de brandveiligheid van uw zonnepanelen? Neem dan contact op met een onafhankelijke en deskundige partij om uw zonnepanelen of zonnestroominstallatie te laten keuren conform de SCIOS Scope 12. 

Wanneer zonnepanelen op een dak aangebracht zijn of worden is het belangrijk om zorg te dragen dat de panelen niet over brandcompartimentsscheidingen doorlopen. Een eventuele brand onder het deze zonnepanelen kan ervoor zorgen dat brandoverslag plaatsvindt naar naastgelegen brandcompartiment. Ook kunnen deze zonnepanelen ervoor zorgen dat bluswater de brand niet kan bereiken. 

In een groot aantal gevallen wordt de brand veroorzaakt door slechte verbindingen van de stekkers waarmee de zonnepanelen met elkaar zijn verbonden. Veel zonnestroominstallaties voldoen niet aan de basisvoorwaarden. Vaak worden de elektrotechnische normen en regelgeving niet nageleefd door installateurs wanneer ze de panelen aan het plaatsen zijn. Wanneer een zonnepaneelinstallatie niet goed wordt geïnstalleerd, wordt het risico op brand een stuk groter. 

Andere belangrijke oorzaken van brand door zonnepanelen zijn: 

  • Defecte cellen in de panelen raken oververhit; 
  • Vlamboog als gevolg van slecht op elkaar aansluitende kabels en stekkers; 
  • Oververhitte omvormers; 
  • Ontbreken van ventilatie achter de panelen, waardoor de dakisolatie kan ontbranden (vooral bij indaksystemen een groot gevaar). 

Twijfelt u aan de brandveiligheid van uw zonnepanelen? Neem dan contact op met een onafhankelijke en deskundige partij om uw zonnepanelen of zonnestroominstallatie te laten keuren conform de SCIOS Scope 12. 

Wanneer zonnepanelen op een dak aangebracht zijn of worden is het belangrijk om zorg te dragen dat de panelen niet over brandcompartimentsscheidingen doorlopen. Een eventuele brand onder het deze zonnepanelen kan ervoor zorgen dat brandoverslag plaatsvindt naar naastgelegen brandcompartiment. Ook kunnen deze zonnepanelen ervoor zorgen dat bluswater de brand niet kan bereiken. 

Eigenaar verantwoordelijk voor alledaagse brandveiligheid woongebouw  

Zoals benoemd zijn de eigenaren van woongebouwen primair verantwoordelijk voor de brandveiligheid in de gebouwen die ze in bezit hebben. Deze eigenaren dienen te weten wat de brandveiligheidsrisico’s binnen het vastgoed zijn en dienen daarop te acteren.  

Ook toezicht kan bijdragen om het gewenste niveau van brandveiligheid binnen bouwwerken te bereiken. Eigenaren van woongebouwen dienen actief met brandveiligheid bezig te zijn. Toezicht vanuit de eigenaren zelf is hierbij benodigd.  

Leer meer over brandveilig gebruik van bouwwerken 

Om een volledig inzicht te krijgen in de wet- en regelgeving aangaande brandveilig gebruik kan de opleiding Brandpreventie deskundige 1 worden gevolgd. Tijdens deze opleiding krijgt u een volledig en actueel overzicht van de wet- en regelgeving op juridisch, bouwkundig, installatietechnisch en organisatorisch gebied. Brandveilig gebruik is hier een onmiskenbaar onderdeel van.  

Niet enkel het regelgerichte, maar ook de praktische invulling van het brandveilige gebruik van bouwwerken wordt uitgebreid omschrijven en gepresenteerd. Na het volgen van deze opleiding bent u in staat om een risicogericht beleid op gebied van brandveilig gebruik op te kunnen stellen.  

Wilt u meer advies over dakbranden bij woongebouwen?  

Brafon Brandveiligheidsmanagement kan u adviseren en ondersteunen bij het juiste advies over brandveiligheid bij woongebouwen. WIlt u advies of heeft u vragen? Dan kunt u contact met ons opnemen. 

Disclaimer:
Dit artikel is geschreven ten tijden van het Bouwbesluit 2012. Dit artikel moet nog aangepast worden aan het nieuwe Besluit Bouwwerken Leefomgeving 

Deel deze post op:

Dit is misschien ook interessant voor je?