Zoek
Sluit dit zoekvak.
tekening Wat houdt de vernieuwde Besluit Bouwwerken leefomgeving in?

Kennispublicatie: Spiegelsymmetrie

Eén van de primaire doelen van de brandveiligheidsvoorschriften vanuit het vigerende publiekrecht is het voorkomen dat een uitbreiding van brand naar bouwwerken op andere percelen plaatsvindt.  

Om hieraan te kunnen voldoen worden er vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving onder andere eisen gesteld op basis van het principe van spiegelsymmetrie.

In deze kennispublicatie wordt u bijgepraat over de eisen omtrent spiegelsymmetrie en de wijzigingen hierin ten opzichte van het Bouwbesluit 2012.

 

Spiegelsymmetrie – Wat houdt het principe in?

Het principe van spiegelsymmetrie beoogt dat een bouwende partij niet onevenredig zwaar wordt belast, door een eventueel slechte bebouwing op het aangrenzende perceel. Op basis van het principe van spiegelsymmetrie moet derhalve bij het bouwen ter beperking van het gevaar van brandoverslag enkel rekening worden gehouden met een spiegelsymmetrisch, maar verder identiek gebouw op een naburig perceel. Voor dit denkbeeldige, identieke gebouw moet men uitgaan van een identieke gevel die op dezelfde afstand van de perceelsgrens ligt als de gevel van het (te bouwen) gebouw. Vervolgens wordt bepaald of er brandoverslag kan plaatsvinden vanuit het gebouw naar het fictief gespiegelde gebouw.

Bron: https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/technische-bouwactiviteit/nieuwbouw/rijksregels/brandcompartiment/wbdbo-brandcompartiment/-

Hiermee wordt het mogelijk een omgevingsvergunning aan te vragen zonder dat bekend is wat op het belendende perceel zal worden gerealiseerd [1]. Overigens moet ook wanneer er aan de andere kant van de perceelsgrens al een gebouw staat, ongeacht de kwaliteit van dat gebouw, worden uitgegaan van een spiegelsymmetrisch aan het eigen te bouwen gebouw identiek gebouw.

Dit uitgangspunt is gebaseerd op het ‘gelijkheidsbeginsel’ (principe van rechtsgelijkheid). Voor de eigenaar van het gebouw gelegen op het aangrenzend perceel geldt immers tevens het principe van spiegelsymmetrie.

Bron: https://www.linkedin.com/pulse/spiegelsymmetrie-en-brandoverslag-sjoerd-bakx/?originalSubdomain=nl

 

Spiegelsymmetrie – Wat zijn de eisen?

Indien het gebouw te dicht tegen de perceelsgrens aan staat, waardoor brandoverslag naar het fictief gespiegelde gebouw niet binnen de gestelde WBDBO (Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag; uitgedrukt in minuten) wordt voorkomen, dienen gevel(delen) brandwerend te worden uitgevoerd.

Hierbij zijn drie factoren belangrijk:

  1. De brandwerendheid van de uitwendige scheidingsconstructie van het brandcompartiment (van binnen naar buiten);
  2. De afstand tussen de uitwendige scheidingsconstructie van het brandcompartiment en de uitwendige scheidingsconstructie van het spiegelsymmetrische gebouw op een ander perceel;
  3. De brandwerendheid van de uitwendige scheidingsconstructie van het (spiegelsymmetrische) brandcompartiment (van buiten naar binnen).

Overeenkomstig de vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving aangestuurde NEN 6068 (‘Bepaling van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen ruimten’) treedt brandoverslag bij een warmtestralingsflux van > 15 kW/m².

Bij een horizontale afstand tussen de gevel van het gebouw en de gevel van het fictief gespiegelde gebouw van < 5 meter [2] (< 2,5 meter t.o.v. perceelsgrens) moeten de gevelopeningen voor het beschouwde traject brandwerend worden uitgevoerd, zodat deze niet meer als gevelopening hoeven te worden beschouwd (e.e.a. conform
NEN 6068).

Indien de horizontale afstand ten minste 5 meter bedraagt (≥ 2,5 meter t.o.v. de perceelsgrens) kan de warmtestralingsflux middels een brandoverslagberekening inzichtelijk worden gemaakt. Bij een stralingsintensiteit tot en met 15 kW/m² is een brandwerendheid in de gevel niet vereist.

 

Spiegelsymmetrie – Wijzigingen vanuit het Bbl

Sinds 1 januari 2024 is het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) als opvolger van het Bouwbesluit 2012 van kracht.

Het principe van spiegelsymmetrie, zoals deze was opgenomen in het Bouwbesluit 2012 is overgenomen in het Bbl, met één aanvulling. Vanuit het derde lid van artikel 4.54 Bbl is bepaald, dat de bovenstaande 3e factor bij een nieuw te bouwen gebouw alleen mag worden meegerekend voor zover deze niet groter is dan de 1e factor. Hierdoor wordt voorkomen dat de brandwerendheid volledig wordt neergelegd bij het fictieve spiegelsymmetrische gebouw, waardoor een daadwerkelijk naastgelegen gebouw in de praktijk geen enkele bescherming zou kunnen hebben bij een brand bij de buren.

Onder het Bouwbesluit 2012 was een discutabele uitleg van de spiegelsymmetrie mogelijk, waardoor de brandwerendheid geheel werd gerealiseerd door een brandwerendheid van buiten naar binnen van het fictieve spiegelsymmetrische gebouw. Met het nieuwe derde lid van artikel 4.54 Bbl is deze toepassing van spiegelsymmetrie niet meer mogelijk.

 

Spiegelsymmetrie – Wat zijn veilige afstanden?

Zoals benoemd kan de kans op brandoverslag vanaf een horizontale afstand van ten minste 5 meter met behulp van de NEN 6068 rekenkundig worden bepaald. De warmtestralingsflux wordt hierbij door een aantal variabelen (afstand tussen ruimten, oppervlakte en hoogte brandruimte, afmetingen en locaties gevelopeningen) bepaald.

Maar zijn er ook vuistregels beschikbaar waarmee de kans op brandoverslag (indicatief) kan worden bepaald?

Aanvullend wordt vanuit de vigerende NEN 6068 verondersteld dat indien de horizontale afstand tussen de gevel van de brandruimte en een gevelopening in een bedreigde gevel groter is dan 15 meter (> 7,5 meter gespiegeld), ervan mag worden uitgegaan dat er tussen die twee gevels voldoende weerstand tegen brandoverslag aanwezig is, en hoeft voor die gevels een berekening volgens de norm niet te worden uitgevoerd.

De bovenstaande uitgangspunten aangaande ‘veilige’ horizontale afstanden zijn tevens opgenomen in de door de voormalige Rijksgebouwendienst in 2011gepubliceerde instructie ‘Beoordeling brandoverslag’. Vanuit deze publicatie worden een drietal vuistregels met betrekking tot horizontale brandoverslag benoemd:

  • Als een gebouwenafstand < 5 meter is, dienen gevelopeningen brandwerend te worden uitgevoerd;
  • Bij een gebouwenafstand tussen ≥ 5 meter en < 15 meter dient het brandoverslagrisico te worden bepaald conform de NEN 6068;
  • Bij een gebouwenafstand van > 15 meter is het brandoverslagrisico door de aanwezige afstand voldoende beperkt.

Aanvullend hierop zijn in 2018 door het Instituut voor Fysieke Veiligheid (IFV; huidige NIPV) een tweetal vuistregels in het rapport ‘Brandoverslag – Handelingsperspectief en literatuuronderzoek’ opgenomen. Vanuit deze vuistregels wordt naast de horizontale afstand tussen de gebouwen tevens (in beperkte mate) rekening gehouden met de geometrie van de brandruimte (oppervlak vlamfront), zie hiervoor onderstaande formules:


Tabel 1.2. – IFV Brandoverslag https://nipv.nl/wp-content/uploads/2022/02/20180921-BA-Brandoverslag-Handelingsperspectief-en-literatuuronderzoek.pdf


Een extra vuistregel voor het bepalen van de kans op brandoverslag voor woonfuncties is opgenomen in bijlage F.4 van de NEN 6068:2020. Overeenkomstig deze informatieve bijlage wordt verondersteld dat horizontale brandoverslag bij woningen (rijtjeshuizen, vrijstaande huizen en appartementencomplexen) niet optreedt indien de afstand tussen de gevelopeningen van de brandruimte en de gevelopeningen van het brandcompartiment waarnaar de brandoverslag wordt beschouwd ten minste 12 meter bedraagt. Opgemerkt wordt dat deze veilige afstand niet geldt indien de woning een zogenaamde ‘megawoning’ (gebruiksoppervlakte >
500 m²) is.

Figuur F.3 – NEN 6068 – Voorbeeld waarbij een veilige afstand van 12 m tussen gevelopeningen van woonfuncties al dan niet afdoende is om brandoverslag tegen te gaan.

 

Meer weten over brandveiligheid en brandoverslag of brandoverslagberekening benodigd?

Om een volledig inzicht te krijgen in de geldende brandveiligheidsvoorschriften vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt vanuit onze zusterorganisatie Obex Opleidingen de opleidingen ‘Brandpreventiedeskundige 1’ en ‘Specialist Bouwkundige Brandveiligheid’ aangeboden.

  • De opleiding ‘Brandpreventiedeskundige 1’ geeft een volledig en integraal beeld van brandveiligheid. Hiermee ligt de nadruk op het toetsen van brandveiligheid op juridisch, bouwkundig, installatietechnisch en organisatorisch gebied.
  • Tijdens de opleiding ‘Specialist Bouwkundige Brandveiligheid’ worden bouwkundige brandveiligheidsaspecten tot in detail behandeld. Hierdoor wordt een brede kennis over bouwkundige brandpreventie opgedaan, welke direct in de praktijk kan worden toegepast.

 

Mocht u in een bouwproject twijfelen over een (potentieel) brandoverslagtraject kan Brafon u hierbij middels een gedegen maatwerkadvies adviseren en ondersteunen. Uiteraard kan Brafon ook voor u een brandoverslagberekening conform de vigerende NEN 6068 uitvoeren.

 

[1] Opgemerkt wordt dat als het bouwwerk grenst aan een openbare weg, openbaar water, openbaar groen of een perceel dat niet is bestemd voor bebouwing of voor een speeltuin, een kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen of van brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen (zie hiervoor het gemeentelijke omgevingsplan) de spiegeling kan plaatsvinden ten opzichte van het hart van die weg, dat water, dat groen of dat perceel.

[2] of driemaal de conform NEN 6068 berekende vlamdikte

Deze kennispublicatie is opgesteld
door Nick Warnshuis

Deel deze post op:

Dit is misschien ook interessant voor je?